VOLENDAM 20 JAAR LATER

Mijn vrouw en ik zijn 2021 begonnen met het bekijken van de tv-documentaire ‘Volendam 20 jaar later’. We hebben het beeld op enig moment even moeten pauzeren, overmand door emoties. Gevoelens van respect, bewondering, liefde en nog eens veel, heel veel respect raasden strijdend om voorrang door ons heen bij het zien van de strijd die deze jonge mensen hebben moeten leveren en hoe bewonderenswaardig zij zich hier doorheen geslagen hebben.

 

Tijdens die bewuste oudejaarsavond van het jaar 2000 waren wij op bezoek bij familie in New York. Na een fantastische oudejaarsavondvoorstelling op Broadway (die ik nooit meer vergeet om uiterst schril met elkaar in contrast staande redenen) stond de volgende morgen een bericht op mijn zwagers antwoordapparaat van mijn Amsterdamse zwager Rob. Die liet ons weten dat er in Volendam iets ernstigs was gebeurd, dat groter was dan een onschuldig containerbrandje. Ik ben in de computer geklommen en kreeg snel door dat dit een ramp van enorme omvang betrof. Ik heb die nieuwjaarsdag in New York grotendeels doorgebracht achter de PC met het zoeken naar nieuws. We waren ook aan de overkant van de oceaan aangeslagen, vervuld van plaatsvervangend verdriet. De eerste vraag die in je opkomt op zo’n moment: ‘Zijn er bekenden of familieleden door geraakt?’

Toen wij de vrijdag erna thuiskwamen en het dorp inreden, zagen we een onwerkelijk Volendam. Een donkere stilte lag over het dorp. Een stilte die zonder enige waarneembare beweging een onmiskenbaar en loodzwaar wegend respect afdwong. Vreemd. Alsof het dorp dat ik al 38 jaar kende, er nog hetzelfde uitzag, en toch totaal anders. Dit had ik nog nooit eerder aanschouwd: een zware sluier van rouw over heel mijn zo geliefde geboorteplaats. De eersten die wij opzochten, waren onze buren. Hun dochter was ook slachtoffer. We zeiden bij de deur: “Hier zijn we. Net thuis. We weten niet wat we moeten zeggen.” De buren stelden dit spontane bezoekje evenwel op prijs en vroegen ons binnen. In het daaropvolgende aangrijpende gesprek werden ons foto’s getoond van Margriet, liggend op een IC-bed, onherkenbaar door bandages en onwaarschijnlijke uiterlijke verwondingen. Ronduit schokkend.

Als niet getroffen toeschouwer heeft die brand toch ook mijn leven beïnvloed, zoals dat van iedereen in Volendam. Ik voelde destijds sterk de behoefte mezelf in te zetten, ergens op een of andere manier hulp te bieden. Ik ben geen psycholoog of dokter, weet eigenlijk alleen iets van muziek en computers. Ik hoorde over iemand die een splinternieuwe pianobar had geopend, twee weken vóór de brand. De horeca in Volendam lag uiteraard plat en zou pas ergens achterin het jaar 2001, begin 2002 weer schoorvoetend op gang komen. Cornel Tol had een nieuw bedrijf opgestart met inleg van een deel privévermogen en stond vóór hij goed en wel gestart was voor een schier onafwendbaar faillissement. Ik realiseerde me dat er dus ook mensen waren die niet persoonlijk, maar wel economisch keihard getroffen waren door de brand. Ik vroeg me af of ik daar dan misschien een vorm van hulp zou kunnen bieden. Ik ben eenvoudig naar hem toegestapt met de vraag: “Ik ben een muzikant. Kan ik helpen?”

Hij vroeg me wie ik was, en waar ik vandaan kwam. Hij kende mij niet eens, terwijl we beiden geboren en getogen Volendammers waren; bijna een rariteit in ons kleine, hechte dorpje. Hij had in zijn vooronderzoek heel Volendam uitgekamd naar muzikanten en was mijn naam nooit tegengekomen. “Laat eens wat horen…”, sprak hij met hangend hoofd. Ik stapte achter de prachtige, nieuwe Yamaha-vleugel en speelde de eerste regels van ‘The Pianoman’. Hij sloeg steil achterover, er gloorde ineens een nog ternauwernood waarneembaar sprankje hoop in zijn ogen en zei resoluut: “Ja, jij kunt helpen.” We zijn die avond naar Amsterdam getogen waar mijn grote voorbeeld Ruud Jansen speelde – ik had tot die avond nl. nog geen idee wat er van een barpianist verlangd werd.

We zijn samen de strijd aangegaan. Ik heb me 3 weken opgesloten om een solorepertoire op te gaan bouwen. Het begon met korte optredens bij gebrek aan repertoire.. Het resultaat was een ongeveer 9-jarige samenwerking waaruit een goede klandizie, maar ook een hechte vriendschap voortkwam. Het werd een goedbezochte horecagelegenheid met zelfs voor Volendam unieke kenmerken: waar andere café’s overwegend jeugdig publiek trokken, zag je hier mensen van alle leeftijden. Soms zaten vader en zoon, dan wel moeder en dochter aan de bar gezellig te praten. De meest onwaarschijnlijke muzikale samenwerkingsverbanden zijn er spontaan ontstaan. Ik heb er artistiek bloed, zweet en tranen gelaten, maar bovenal een fantastische tijd doorgebracht die ik nooit had willen missen. Door de drukte van de dag zien we elkaar tegenwoordig nog hoogstzelden. Maar die enkele keren dat ik Cornel Tol en Gerie Smit jaren later in zijn cocktailbar nog eens een bezoekje bracht, mocht ik mijn gelagje niet betalen, al zou ik nog zo graag willen. De vriendschap hoeft niet meer bekrachtigd te worden, die gaat nooit meer voorbij. In de jaren dat ik bij Pianobar Night Live werkte, kwamen gaandeweg ook de herstelde slachtoffers weer binnendruppelen. Eén ervan is zelfs een gerespecteerd muzikant en BN-er geworden: Nick Schilder.

Mensenlief, wat heb ik een bewondering voor de veerkracht, de liefde, het geduld van ouders, vrienden en verzorgenden, de nuchterheid, de slachtofferhulp en alles wat ermee samenhing, waardoor deze mensen weer zijn opgeklommen. Ik kan mijn bewondering niet in woorden uitdrukken. Nu, bij het zien van deze documentaire, komt alles weer terug. Ook indrukwekkend vond ik de verhalen van gewoon mensen uit het veld, die op Facebook deelden hoe zij er destijds in betrokken raakten. Mensen die vanuit hun werk of privésfeer betrokken raakten, voor een voldongen feit gesteld werden, en zonder aarzelen zich in hebben gezet voor de gemeenschap, die op dat moment zwaargewond en noodlijdend was. Zij waren de stille vechters die altijd opstaan in tijd van nood, hun eigen gevoelens op de achtergrond hebben gesteld en eenvoudig aan de slag gingen. Hulde!

Ik betuig hierbij alsnog mijn diep respect voor iedereen die hierbij betrokken was en meegewerkt heeft aan het al dan niet eigen herstel. Ook ben ik trots. Enorm trots ben ik op de Volendamse kracht en saamhorigheid, de nuchtere en typisch oer-Volendamse humor die niet stuk te krijgen is, en naderhand altijd weer boven komt drijven. Het Volendamse karakter zal altijd blijven bestaan. Je krijgt een Volendammer uit Volendam (letterlijk over de hele wereld kwam ik ze tegen) maar nooit Volendam uit een Volendammer. En daar ben ik trots op.

Gelukkig nieuwjaar allemaal, en blijf sterk!!

P.S.: Ook grote bewondering voor Rosa Koning, vriendin van Gerie Smit (RTV NH docu ‘Daar praten we niet meer over’ )!

MuzikantenMijmering – Eerbaar publiek: Dick de Boer

dorus

(Bewerking eerder gepubliceerde post op Facebook met opschrift: Muzikantenherinneringen. )
Tijdje gezocht..gevonden!
Mijn verhaal bij dit stuk, een leuke herinnering.
Largo al Factotum

 

(Bovenstaande foto geplaatst bij gebrek aan een foto van Dick de Boer.)

Feestje spelen?

In de tijd dat er nog geen mp3 orkestbanden bestonden – en van deze muziek al helemaal niet – en er nog bruiloften werden gegeven, speelde ik in Fiësta, een trio voor bruiloften en partijen. In een dorp waar aan voordrachten en ‘wensjes’ extreem veel aandacht werd besteed, was het niet ongewoon dat je als muzikant van bruiloftsgasten aanvragen kreeg voor begeleidingen van zang en dans. Dat extra huiswerk -voor éénmalige toepassingen – was allemaal ‘part of the show’, en stelde in de regel niet veel meer voor dan het begeleiden van wat simpele liedjes.

Rossini & Dorus – Largo Al Factotum

Dick de Boer (van Puk), een Bekende Volendammer, kwam bij mijn ouders thuis (ik zal een jaar of 18 zijn geweest) met een stapel muziekpapier onder zijn arm van dit stuk. Hij wilde graag op een naderend bruiloftsfeest Dorus (Tom Manders) nadoen, iets dat hem trouwens best goed afging. Of ik het voor elkaar kon krijgen hem te begeleiden op de muziek van Rossini (Largo Al Factotum – het bekende, vlotte muziekstuk, bij velen beter bekend als Figaro). Ik ging de uitdaging aan. Ik had 2-3 weken tijd om dit na mijn werk in te studeren. In de Amvo zou het moeten gaan gebeuren. Op die bewuste avond waren er op dat feest zo’n 200 mensen aanwezig. De staande ovatie (compleet met “bravo’s” ) die wij na afloop kregen, klinkt nog steeds na als een echo van mijn herinneringen.

Ken je me nog?

Jaren later (1997) speelde ik in een duo met Jan Snoek​, ook op feesten en partijen (duo Liberace). Dick van Puk belde mij, vroeg ‘Ken je me nog?” Mijn antwoord luidde: “Haha.. hoe kan ik dat hoogtepunt in mijn carrière – dat ik aan jou te danken had – vergeten?” Enfin, Dick vroeg ons te spelen op zijn bruiloft t.g.v. zijn 34-jarig huwelijk. Toen ik terloops opmerkte dat dit een wat ongebruikelijk jubileum was, was het antwoord: “…ik è gien zin om te wachten, Ab! We kennen ut wel es niet aole..!” Zijn woorden zouden later onbedoeld een wrange bijbetekenis krijgen.

Lach, clown

Nu gaat het gewone leven voor gewone muzikanten ook gewoon zijn gang. En zo gebeurde het dat mijn vader 1 week voor dat feest overleed. Woensdags werd hij begraven, de zaterdag daarna zouden Jan Snoek en ik voor de familie De Boer het feest gaan spelen. In overleg met moeder besloten toch die avond te spelen; het zou immers schier onmogelijk worden voor de familie De Boer om vervanging te vinden. Toen ik de vraag aan haar voorlegde, sprak mijn oude moedertje de wijze woorden: “….als jij denkt het aan te kunnen, doen. Je vader komt er niet mee terug als je thuisblijft.”  Enfin, een denkbeeldige knop werd omgezet – het leven van een artiest kan voeren langs paden van euforie, maar ook van grillige en ronduit tegengestelde emoties. Het clowntje moet lachen, ook als het zelf verdriet heeft.

Op avond van Dicks feest, wederom in de Amvo, een respectabel aantal gasten was al compleet, was iedereen vol goede moed. De zomer stond voor de deur (begin juni) en er hing werkelijk iets van een feestelijke stemming in de lucht. Jan en ik zaten al op het podium met snaar en toets in de aanslag, het was niet meer dan 5 minuten vóór aanvang. Toen kwam de onheilstijding binnen. Het noodlot had nog geen uur geleden toegeslagen: de broer van Dicks vrouw was, toen hij zich in voorbereiding op het feest in de badkamer stond te scheren, overleden. Nogal onverwacht, dat mag duidelijk zijn. Ik voelde me op dat moment vreemd, leeg, onbestemd. Dit feest was ‘never ment to be’.

Toen Dick later vroeg wat hij ons schuldig was, was het antwoord: niks. Dit was overmacht. Hij nodigde me uit de week daarop langs te komen voor een bakkie. Het werd een Frans cognacje. Hij stond erop om de helft van onze gage te betalen. Het was mij een grote eer om dergelijke mensen te hebben mogen ontmoeten in mijn jaren als reizend muzikant.

Ik ga dit muziekstuk opnieuw instuderen, ter nagedachtenis aan mijn ouweheer die mij altijd motiveerde, en voor Dick de Boer (van Puk).