Cultuurgoedverschillen: Monnickendam en Volendam

20130805_0908_Monnickendam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Monnickendam, historische rijkdom
Vanmorgen rond tienen reed ik door Monnickendam op mijn racefietsje. Wat opvalt, is dat men in de straatjes rondom de oude kerk de geveltjes en kleuren prachtig in de oorspronkelijke stijl heeft gehouden. De oude geveltjes met prachtige ruitjes en deurtjes geven het geheel een rijk (cultuur)historisch aanzien. Met enige fantasie waan je jezelf in een middeleeuws stadje. Iets waarvan ik altijd al gecharmeerd ben geweest.

 

Volendam vs. Monnickendam
Als ik dit vergelijk met mijn eigen Volendam, kan ik enige gêne voor mijn dorp niet onderdrukken. De manier waarop míjn Volendam omgaat met historisch erfgoed en haar eens zo trotse kleine subcultuurtje, wordt helaas maar al te vaak bepaald door kortzichtigheid en winstbejag. Kortom: de sloper is rijk in Volendam. Zo heeft het prachtige, scheefstaande oude winkeltje van Piet Boot op de hoek van de haven plaats moeten maken voor een ordinaire houten vloer, waarop wat tafels en stoelen zijn neergezet. Een terras noemt men dat. Ik heb begrip voor mensen die aan dat terras een centje willen verdienen, maar Volendam is weer een curiositeit armer geworden. Jammer!

Het is alsof men een bejaarde visserman, die vol van verhalen en ervaringen, genietend op een bankje na een leven van hard werken, eenvoudig de keel afsneed om daar vervolgens zijn plek leeg te laten. Een lege plek die niks te melden heeft, terwijl de visser nog een tweede leven had kunnen vullen met zijn prachtige verhalen.

Boulevard? Met autobussen?
Wat een prachtige wandelboulevard had kunnen zijn, is nog steeds een plaats waar wandelende toeristen gestoord worden door zwaar motorverkeer. Autobussen die met de jaren steeds groter lijken te worden, moeten zich nog steeds over de dijk tussen voetgangers door wringen. Dezelfde dijk die in mijn optiek al zo’n 40 jaar een wandelboulevard had moeten zijn van het begin tot het eind. Men lijkt maar niet in staat om tegemoet te komen aan elkaars kortzichtigheden. In plaats van gezamenlijk constructief in het algemeen (lees: eenieders) belang te denken, zijn het slechts een handvol piepende ondernemers die de dienst uitmaken.

Verder dan het afsluiten voor verkeer van een halve dijk komt Volendam niet, omdat toeristen die hotel Spaander één keer in hun leven bezoeken anders niet voor de deur uit kunnen stappen. Er zijn legio mogelijkheden met pendelbusjes, treintjes, en al wat dies meer zij, die wij allemaal links laten liggen. Waarom maakt men hotel Spaander voor toeleveranciers niet achterlangs bereikbaar in plaats van langs die overvolle, hierop niet berekende dijk?

Kort geleden had ik een optreden in Spaander. Tijdens de rit er naartoe geneerde ik me enorm om met mijn bestelwagentje over die overvolle dijk de rondkuierende toeristen te moeten storen. Er is geen andere manier. Maar die kan toch wel gebouwd worden, in een tijd waarin hotels in het Vrijheidsbeeld gesitueerd zijn?

En, geachte Vroede Vaderen, hou nou toch alstublieft op met slopen van karakteristieke oude panden!

 

Waarom maakt men van het ‘Kleipark’ (open ruimte achter hotel Spaander) niet één groot terras? Dan kan Spaander haar gasten en toeristen nog meer tevreden stellen, en het mes snijd ook nog eens aan twee kanten: de uitbaat van een prachtig terras – dat volk trekt – brengt wellicht meer op als het parkeren van een handvol auto’s. De autobussen kunnen – zoals nu al veel gebeurt – geparkeerd worden achter de ‘AVI’ en toeristen zouden er gebracht kunnen worden met een schoon electrisch pendeltreintje. Wat lijkt u leuker, maar ook interessanter voor de zo belangrijke geld uitgevende toerist? Een mooi terrassenplein aan het water á la Vrijthof, of een parkeerplaats voor autobussen die heel de omgeving overlast bezorgen? Dat plaatje past toch eigenlijk al sinds de oorlog niet meer in onze prachtige omgeving?

Vereniging voor Botters
Maar gelukkig hebben we ook nog Volendammers die zichzelf wél sterk maken voor het behoud van cultuurerfenissen. Zo sprak ik eergisteren met één van de mensen die zich momenteel sterk maken voor het behoud van een aantal Volendammer kwakken (*),  Hein Molenaar. Ik stelde hem een interessevraag en werd vergast op een enthousiast verhaal over de belevenissen en ervaringen van vrijwilligers die oud cultuurgoed eer aan doen. De tijd vloog en mijn Volendamse hartje was blij.

De vereniging Behoud De Volendammer Botters heeft inmiddels een viertal originele Volendammer Kwakken in de vaart. Het initiatief is ooit genomen door een aantal noeste vrijwilligers, sommige zelf eigenaar van een schip, die met een onstuitbare ‘drive’ aan het werk zijn gegaan om fondsen te winnen en met vlijtige hand de schepen te restaureren.
De mensen van deze vereniging zijn voor mij de Geuzen van het Volendams Cultuurerfgoed.

Dat vervult mijn Volendamse hartje van trots!

(*) Kwak: houten botter van grotere afmetingen dan andere in die tijd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

[+] kaskus emoticons nartzco

[+] Zaazu Emoticons Zaazu.com