Zelfgedokter en zorgelijke wachttijden – Deel 2

Wachten op het Waterlandziekenhuis

Voor Deel 1, klik hier. 

Onze gezondheidszorg is veranderd. Ten goede of ten kwade? Ik heb geleerd dat de zorgverzekeraar ook kan helpen, wanneer we tobben met onze gezondheid. Hier het tweede deel van mijn verhaal.

 

 

 

‘Ons’ ziekenhuis

Het schijnt dat alle Volendammers en mede-Waterlanders door hun geografische ligging zonder meer veroordeeld zijn om uiteindelijk te sterven in het Waterlandziekenhuis Purmerend. Iemand zei eens: “Als je een pistool op het hoofd van de ambulancechauffeur zou zetten, rijdt hij nog naar het Waterland.” Mijn huisarts leek bijna geïrriteerd toen ik vorig jaar aangaf er niet meer heen te willen. Mijn redenen waren eenvoudig. Allereerst had dr. De Bruijn de wereldpers gehaald na ongeveer dertig jaar misdaden tegen de mensheid te hebben bedreven onder de vlag van WZ. En ik was zelf ook tegen wat futiliteitjes aangelopen. Ik had na een tweetal persoonlijke ervaringen mijn vertrouwen definitief verloren in al wat kwam van het Waterlandziekenhuis te Purmerend. Niet alle doktoren zijn prutsers, maar het aantal dat ik in Purmerend alleen al op persoonlijke basis mocht ontmoeten, was mij te hoog.

Ervaring een
Een KNO, dr. Doornenbal, wilde mij in 2014 op basis van zegge en schrijve één gehoortest zonder verder onderzoek een gehoorapparaat aanpraten. Ik weigerde het slachtoffer te worden van kruideniers die voor dokter spelen en ging op zoek naar een deskundige tweede mening (second opinion, je moet het ook in het Engels zeggen..). Ook de veronderstelling van de tweede geraadpleegde KNO, dr. Dennis Cox (namelijk de ziekte van Menière), heb ik niet willoos geslikt. Daar ben ik nu blij mee. Mijn gehoor kwam weer terug bij het oude door eigen research en alternatieve behandeling. Vroeger hielpen doktoren je met dergelijke zoektochten. Nu niet meer. Zelf-dokteren kan een hoop ellende wegnemen. Ik kan het iedereen aanbevelen.

Ervaring twee
Een bejaarde ome (en een soort van tweede vader) van mij werd op basis van leugens van zijn op erfenis beluste broer onvrijwillig geëuthanaseerd. Zo leerde ik later uit een persoonlijk relaas van de intensivest (hoofd Intensive Care) aldaar. Mijn vriend – tevens neefje van de overledene, ik was eigenlijk familie van de ‘kouwe kant’ – was getuige van dit verhaal en zei mij direct toe mee te gaan naar elke rechter als getuige wanneer ik daartoe behoefte mocht voelen. Zelf-dokteren was deze keer geen optie.

De chirurg dr. Heres, en intensivist dr. Golriesing waren eenvoudig afgegaan op leugens van familie zonder verdere verificatie (waar heb ik dat meer gehoord?). De Boze Broer belde mij de middag na de in Purmerend vrij snel afgesloten Wansee-conferentie rond half zes en liet weten dat de chirurg het een verstandige beslissing had gevonden. Tja, die was immers misleid en had nagelaten het verhaal van de liefdevolle broer te verifiëren. De door het slachtoffer gewenste (!) en voorgenomen operatie was daarmee geannuleerd. Ome was anders vast en zeker een kasplantje geworden. Een loeisterke oud-visserman die altijd een onwaarschijnlijk hoge pijngrens had gehad. Ik wist dat, want ik had met hem gewerkt in een baan waar wel eens ongelukjes gebeuren. Vinger in de microperforatierol of zoiets. Ome Ab naar de dokter. Binnen een kwartier terug op het werk, met een ontzagwekkende verbandrol om zijn duim, waarvoor een ander twee weken ziekteverlof zou hebben opgenomen.

Het verhaal dat broerlief (zelf tweeëntachtig jaren jong) bij de doktoren had opgedist was zeer triest. Ome zou geen kwaliteit van leven meer hebben gehad, kwijlende in en uit zijn bed zijn geholpen en meer van dat fraais. Terwijl de mensen die ome wel verzorgd hadden, hem regelmatig bezochten en mantelzorg verrichtten, een heel ander beeld van ome hadden. Mijn broer en ik hadden nog regelmatig grote lol als we met hem en zijn goede vriend Ben aan een borrel zaten. En de snedige opmerkingen die deze ronduit slimme tachtiger dan met regelmaat van de klok maakte, kon je nog wel even in je zak steken. Daar was geen woord Frans bij. Plagende humor voerde bij ome altijd de boventoon. Het was dus voor ons heel triest toen hij op deze laaghartige manier afgeschreven werd.

Naderhand informeerde ik een dame die veel voor hem gezorgd had in het tehuis waar ome gewoond had over de misleiding van de doktoren omtrent omes ‘kwaliteit van leven’. Zij werd bleek en riep vertwijfeld uit: “Maar dat is helemaal niet waar!” De goede man is in Purmerend inwendig doodgebloed met wat pijnstilling om het stervensproces nog drie dagen te kunnen rekken.

In mijn rol als contacpersoon was ik gedurende zijn verblijf in het ziekenhuis dagelijks na mij werk bij ome Ab langsgeweest en onderhield alle contacten met het ziekenhuis gedurende een vijftal dagen. Ik was echter juist vóór de dodelijke beslissing uit mijn functie als contactpersoon ontheven zonder verder kennisgeving.
’s Middags om een uur had ik nog een telefoongesprek met de intensivist (“Wij gaan opereren, want er is een inwendige wond opengegaan.” ) Die middag bij vijven belde ik om te vragen hoe het gegaan was en kreeg van een telefoniste te horen: “U bent niet langer contactpersoon.” Op mijn vragen omtrent het hoe en waarom, de naam van de nieuwe contactpersoon kreeg ik geen antwoord. Een ronduit schofterige manier van doen. De nalatigheid van de heren doktoren (telefoontje verzorgingshuis of huisarts ter verificatie is nooit gepleegd) heeft mijn vertrouwen in Purmerender geneesheren blijvend geschaad. Er wordt daar te gemakkelijk over levens beslist. Leeftijd te hoog, wild verhaal van een boos familielid? Uit het Waterlandziekenhuis keer je dan niet meer huiswaarts. Stressfactor nummer een.

Enige dagen later ging mijn telefoon weer. Ik had twee dagen geleden afscheid genomen en was in stilte reeds aan mijn rouwproces begonnen. Purmerender polderziekenhuis aan de lijn: “U bent toch de contactpersoon van mijnheer Tuijp? Ik wilde u laten weten dat hij zojuist is overleden.” Ik in opperste verbazing: “….Dat was ik in eerste instantie wel. Maar jullie hebben mij toch zelf verteld dat ik dat niet meer was? Staat dit niet in jullie computer, dan? En staat er ook niet in wie de nieuwe contactpersoon is?” Die naam was mij namelijk geweigerd. Het arme vrouwtje begon te stotteren en verontschuldigde zich. Kennelijk een andere afdeling. Interne communicatie in tuincentrum Waterland tussen haar en de Opruimers: nihil.

Zo’n half uur later had ik de eer de honorabele familie aan de lijn te krijgen. Op mijn condoleancebetuiging werd niet gereageerd. Ook geen condoleancebetuiging terug. Hij was toch mijn geliefde ome en spreekwoordelijke tweede vader aan wie ik door mijn ouders in naam vernoemd was. Hoe het nu verder moest met de financiën en de begrafeniskosten. De inhaligheid was aan de telefoon voelbaar. Mijn ome had het beheer van zijn financiën in het verleden nl. overgedragen aan mijn broer. Mijn broer die eigenlijk net als ik familie van de ‘kouwe kant’ was. Merk op: ome Ab vertrouwde zijn eigen broers en zusters niet aangaande zijn bankzaken. Er stond nog wat geld van hem op een bankrekening. Daar was het om te doen.

De bezorgde familie was naar eigen zeggen niet bij machte geld voor te schieten voor de begrafenis en hadden direct toegang nodig tot omes financiën. Mijn broer had omes administratie keurig op orde en droeg die direct over, terwijl de overledene nog narookte op de overlijdenstafel. De familie had haast. Er volgde voor mijn broer een periode van telefoonterreur, verdachtmaking, smaad en intimidatie. Mijn broer had een aantal jaren niets anders gedaan dan op volstrekt integere wijze te voldoen aan omes financiële wensen. Om in te staan voor mijn broers integriteit zou ik overigens mijn eigen brandstapel hebben ontstoken. In de daaropvolgende periode werd niet alleen hij, maar iedereen die iets voor ome betekend had en niet tot ‘De Familie’ behoorde voor dief uitgemaakt omdat er geld ‘weg’ was. De familie wilde geld zien. Van ons. Ook van de getuige-neef en mijn persoontje. De erfenis was niet groot genoeg. Wij zouden gestolen hebben van ome Abs erfenis. Het is goed om liefhebbende familie te hebben. Stressfactor nummer twee.

Ook best moeilijk: schuldgevoel
Daarnaast had ik 2015 een tweede moeilijke gebeurtenis te verwerken gekregen. Ik wilde iets uit handen nemen voor een van mijn beste vrienden, die terminaal was. Namelijk de verkoop van zijn geliefde zilveren ros, de motorfiets waarvan hij zoveel plezier had gehad. Ik maakte een domme fout met nogal pijnlijke gevolgen. Gevolgen die mijn vriend nog even in het volle bewustzijn mee mocht beleven. Ik heb nog altijd napijn en schuldgevoel, zelfs nadat alles mede door mijn inbreng succesvol was afgesloten. We dragen allemaal ons rugzakje mee. Stressfactor nummer drie.

Kan stress lichamelijke klachten beïnvloeden?

Stress is een soort van ninja; een uiterst bekwame sluipmoordenaar. Een geniepigerd die met diabolisch geduld zijn kans afwacht, je geestelijke danwel lichamelijke gesteldheid ondermijnt en toeslaat op een zwakke plek. Mijn rug was zo’n plek. Door een triviaal ongelukje met de motorfiets zo’n vijftien jaar geleden had ik een zwakke plek opgelopen in het rechter SI gewricht. De plaats waar je been is opgehangen aan het heiligbeen. Een cruciaal stukje skelet, mag je wel zeggen.Toen ik mijn motorfiets op stal wilde zetten, gleed mijn natte motorlaars op een gladde ondergrond weg. In spagaathouding had ik de motor opgevangen. Een domme reflex met grote gevolgen. Als ik het stomme ding had laten kletteren, was dat veel beter geweest. Wat euro’s uitgeven, repareren en zand erover. Maar het menselijk brein was in mijn geval klaarblijkelijk dusdanig geconditioneerd dat het materiële schade wilde voorkomen. En dat ten koste van lichamelijke schade, dat dan weer wel natuurlijk… Ik ving de fiets van tweehonderddertig kilo dus niet alleen op, net voordat hij de grond raakte, maar zette hem ook nog terug rechtop. Het vangen en rechtop zetten deed ik vanuit een soort spagaathouding waarbij het volle gewicht op mijn buitenste been terechtkwam. Gerard du Prie zou beslist niet achter deze krachtoefening staan. Ik had hiermee blijvende schade opgelopen aan het betreffende SI-gewricht. Op zich is daar goed mee te leven, zolang je maar wel je verstand gebruikt. Maar voeg bij zo’n blijvend zwakke plek wat stress door wat verdrietige gebeurtenissen waarbij je de keuze hebt tussen passief accepteren of zelf kapot gaan, en je hebt een recept voor fysieke schadeposten voordat je ‘koffie’ kunt zeggen.

Mijn rugzakje was dus in 2015 aangevuld met wat wrange gebeurtenissen. Meerdere spreekwoordelijke uitwerpselen van de voorzienigheid die ik moeilijk door kon slikken. Mijn bovenbeenspieren waren 8 maanden stijf gebleven zonder dat ik het goed en wel besefte. Bij het bijna achteloos losmasseren daarvan werd het geduld van de Grote Geniepigerd beloond en kreeg ik de rekening gepresenteerd.

December 2015: de persoonlijke aanpak

In de dagen na de eerste pijnaanval had ik niet passief berust. Ik had getracht om bij ziekenhuis Boven ’t IJ bij de neuroloog binnen te komen. Mijn huisarts had zijn best gedaan daar met voorrang een afspraak te krijgen, maar faalde in zijn goede bedoelingen. Door bovengenoemd verloren vertrouwen waren mijn verwachtingen in resultaten vanuit Purmerend niet bijzonder hoog gespannen. Ik besloot het verder te gaan zoeken in de geprivatiseerde gezondheidssector. Daarnaast zou ik alles wat alternatief was proberen.

Nu had ik eerder uit de uiterst zorgvuldig gekozen bewoordingen van fysiotherapeut en huisarts begrepen dat mijn klacht waarschijnlijk vanuit de rug moest voortkomen. Maar ook begreep ik dat de pijnklacht en uitstralingen eigenlijk niet klopten met een hernia. Ik telde wat zaken uit het verleden en heden bij elkaar op en ‘koekelde’ (“Googelen”;). Op het Grote Web vond ik de kliniek van dokter Iprenburg, specialist in hernia-operaties. Zij vroegen een recente MRI-scan van de Lumbale Wervelkolom (LWK). Deze was op 4 december om acht uur ’s avonds (Zwarte Piet niet blij, en Sinterklaas al helemaal niet..) gauw gemaakt bij MRI Centrum aan het IJsbaanpad in Amsterdam. Na afloop van het scanprocedé een meer dan grote zucht van verlichting; je moet stil liggen en mijn achterpootje begon in die buis het stilliggen behoorlijk zat te worden. Er leek ergens in mijn kapotte computer te zijn besloten om het stilliggen niet langer te dulden en de voorbereidingen van wat flinke, geniepige pijnscheuten werden aangekondigd in mijn brein. Dit zou betekenen dat de scan opnieuw moest. Ik probeerde uit alle macht er geen aandacht aan te schenken. Enerverend. Toen het ik het op wilskracht had uitgehouden, was de opluchting bijna een gevoel van ontlading zoals via het geslachtsorgaan. Toen de week erna de CD bij huisarts binnenkwam, had ik die vrijdag de bestanden op Dropbox geplaatst en gemaild aan de kliniek Iprenburg.

De maandag erna (Hoe heerlijk en tegelijk vreemd vlot, deze reactie!) telefoontje van Iprenburg. “We zien een uitgebreide hernia.” Het woordje ‘uitgebreid’, opgeteld bij het feit dat de onkosten niet door verzekering vergoed zouden worden, deden mij overdrachtelijk struikelen. Ik had veel pijn, maar slechts in mijn bovenbeen. Met een uitgebreide hernia kunnen de meeste mensen veelal niet lopen. Ik was bang voor ‘triggerhappy’ danwel snijgrage doktoren. In Duitsland is aangetoond dat zo’n negentig procent van de hernia-operaties ‘easy money’ zijn. Tot negen operaties per dag door een snijder die er een dikke beurs aan overhield..

Verzekeraars: kunnen die hulp bieden, dan?
Een tip van vriendin Monique Molenaar opgevolgd en de zorgverzekeraar werd om hulp gevraagd. Een aanvraag tot zorgbemiddeling bracht mij een telefoontje van de verzekeraar. Een poging tot bespoediging (in Purmerend) kon helaas geen vreugde brengen, aangezien het eerstvolgende onderzoek ‘al’ over 2 weken zou plaatsgrijpen. Zij wilde echter graag weten wat de op 24 december verwachtte uitslag zou zijn. Ik nodigde haar uit mij dan terug te bellen.

Pijn = druk. Snellere alternatieven?
Intussen had ik nog steeds pijn. Er ontstond een dagelijkse routine. Nadat ik in mijn grote vriend de ligfauteuil ontwaakt was en met mijn laptopje van/voor mijn werkgever het mogelijke thuiswerk had gedaan, wijdde ik uren aan onderzoek naar goede klinieken. Intussen kwam er iets anders goeds op mijn pad. Een publicatie op Facebook deed mijn telefoon rinkelen. Vriend Erik Kras aan de lijn. “Weleens gehoord van Jan Bommie, Ab?” Ja, vaag. Erik: “Ik was gebroken, kon niet meer op of neer van de rugpijn. Ik ben door hem slechts één keer behandeld en kon weer zonder problemen functioneren.” Als je genoeg pijn hebt, ga je in wanhoop ook aan de dakgoot hangen wanneer iemand zegt dat dat goed is. Jan bleek op een steenworp afstand van mij te wonen. Ik besloot het erop te wagen en heb onverwijld Jan gebeld. Een sportmasseur die zich gespecialiseerd had in o.m. de Bowen-methode, door een Australische chirurg ontwikkeld. Op de behandeltafel bij het onderzoek moest bepaald worden hoeveel kracht er nog in het gekwetste pootje aanwezig was. No pain, no gain. De behandeling echter was (ook latere keren) zo mild en voorzichtig als ging het om een pasgeboren baby. Kortom: de eerste keer dat ik er was, strompelde ik op krukken binnen en liep zonder krukken naar huis. Wonderlijk. Niet minder dan dat.

Deel 3 volgt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

[+] kaskus emoticons nartzco

[+] Zaazu Emoticons Zaazu.com